donderdag 15 juni 2017

Een waarschuwingssticker





Twee prijzen binnen één dag kreeg Frank Westerman voor Een woord een woord. Moet ik daar mening of mekker over hebben? Ik heb dat boek toch gelezen?
Afgaand op aantekeningen kon ik er weinig chocola van maken. Ik weet dat Een woord een woord me teleurstelde. Er stonden veel bekende feiten in over de Molukse kapers uit de jaren zeventig. Westerman verweefde ze met privégeschiedenis die voordrong (jeugd Drenthe, journalist Tsjetsjenië).
Een woord een woord bevat veel beeldspraak, niet al te exacte ook. Westerman lijkt er lezers mee te behagen. Met opsmuk die literair oogt terwijl dit onderwerp – de mogelijke relatie tussen idealen en terreur – smeekt om een zakelijke benadering.
Waarom niet de deugd van de verslaggeving gekoesterd?
Ooit stuitte ik op wat een vroege Westerman-tekst geweest moet zijn, in het boekje Een klap van de molenwiek: hoe Don Quichot naar de Lage Landen kwam. Daar zocht de auteur niet alleen naar een onderwerp, maar ook naar een podium.
Het resultaat heet: non-fictie.
Westerman bekent tijdens het maken van Een woord een woord van zijn stuk gebracht te zijn door de aanslag op Charlie Hebdo. Maar terwijl Marc Josten hetzelfde ondervond bij het voltooien van Weerwoord, is dat boek soepel gebleven. Omdat Josten zich de pretentie van de helderheid heeft aangemeten?
Alle kanten gaat Westerman op, zonder dat dit vruchten afwerpt. Uit mijn aantekeningen begrijp ik dat terugblikkende interviews in Een woord een woord me hebben geboeid. Plus het slotstuk over Zuid-Amerika, waar Westerman komt te vertoeven met een voormalige RAF-strijdster.
Alleen luidt de boodschap keer op keer dat revoluties gelukkig passé zijn. Ze hebben volgens Westerman te veel bijwerkingen, waarvan geweld de prominentste is. Maar de indruk die het boek bij mij achterliet was dat opstand uit idealisme sowieso not done is. 

Ik ben veeleer een willekeurige dan een systematische lezer, maar mij is recent meer bashing van morele maatschappijkritiek uit de protestjaren onder ogen gekomen: Rob van Essens Kind van de verzorgingsstaat en Teun van de Keukens Goed volk.
Vreemd dat die teksten links conformisme van weleer aanklagen, en een paradigma stichten dat zich conformeert aan de huidige tijdgeest.
Als ik me beperk tot Van de Keukens niet eens door fictieaanduidingen afgeschermde boek, dan verandert die houding historische personages in stereotypes die heden aanslaan. De in Goed volk beschreven artistieke ouders en vrienden bekrachtigen het beeld van een linkse kerk die druk is met subsidieslurpen.
Van de Keuken erkent hoezeer zijn geschreven herinneringen zich voegen wanneer hij een macrobiotische winkel evoceert, inclusief actiemateriaal: ‘Ook de Ban de Bom-posters met de befaamde Opland-tekening van een vrouw op hakken die een raket wegschopt zullen er wel gelegen hebben, net als een uitnodiging om een bijeenkomst van de Rooie Vrouwen bij te wonen’. (Aan die iconische tekening, overigens van later datum, refereert Van Essen ook.)
Nog bevestigender is het vervolg: ‘De wereld was in die tijd overzichtelijk. Wie links was, was in alle opzichten links. Dan at je biodynamisch en was je tegen kruisraketten. Het was een totaalpakket’.
Wat is er eigenlijk veranderd? Van de Keuken stelt nota bene: ‘Rechtse mensen hebben gelijk gekregen, maar dat wisten wij toen natuurlijk nog niet.’ Karakteriseert ‘totaalpakket’ niet het boek Goed volk?
Die accommodatie maakt de bekroning van Westermans boek anno 2017 ook zo opmerkelijk. Motivatie van de jury: ‘Hij laat zien hoe smal de demarcatielijn is tussen activisme en terreur, hoe iedere tijd geweld en excessen kent en hoe klein de stap naar radicalisering is.’

De Molukse kapingen zijn heden in het nieuws, omdat ze een rond getal gehaald hebben. Veertig jaar geleden werden kinderen op een Bovensmildense school en reizigers in een trein bij De Punt gegijzeld.
Een decenniumdocumentaire wist dat een reizigster een boek bij zich had: Het oponthoud. Het is geschreven door Jean-Paul Sartre, die niet principieel tegen geweld was om idealen te realiseren. Daarop is hij afgeserveerd, maar voor de Molukse zaak had hij een medestander kunnen vinden in de ontwapend vriendelijke Simon Tahamata.
Deze voetballer werd geboren in voormalig concentratiekamp Vught, waar Molukkers ‘tijdelijk’ gehuisvest werden. Hij moest zich invechten in de kleedkamer van Ajax, vol bijgoochems uit Amsterdam. Toen een militaire actie de treinkaping beëindigde, zat de 21-jarige Tahamata in Toulon met Jong Oranje.
Hij had er wel moeite mee dat er ook kinderen als schild werden gebruikt. Precies wegens dat feit stond er onlangs, na het drama in Manchester dat zijn tol eiste onder vele jongeren, een geruststellende open brief in de krant. Een vader schreef zijn dochter dat ze niet bang hoefde te zijn, zeker niet in vergelijking met 1977. Over eventuele legitimiteit en achtergronden geen woord.
Frank Westerman weet op zijn beurt:

‘Ik denk: als je droom omdraait krijg je moord.
En ook: op elk ‘heilig’ boek met leefregels zou een waarschuwingssticker van de overheid niet misstaan: DOGMA’S ZIJN DODELIJK.’

Pfoe! Wat is er dogmatischer dan antidogmatisme?
Door de treinkapingen, stelt Westerman terecht, kreeg de Dutch Approach wereldfaam. Oeverloos pratend en geweldloos, dankzij een gelijkmoedige, innemende psychiater. Maar Westerman beweert eveneens dat die benadering is ‘bijgezet in het rariteitenkabinet van de jaren zeventig. Sussen en pamperen paste bij de tijdgeest van weleer. Goedbedoeld, jammerlijk stukgelopen. Zie: De Punt, het Provinciehuis.’
De Dutch Approach was de verdienste van premier Den Uyl, terwijl zijn minister van Justitie Van Agt ertegen was. Toen die een jaar later zelf premier was, reageerde hij bij het Provinciehuis inderdaad prompt met harde actie. Inmiddels is Van Agt de Palestijnse zaak toegedaan; logischerwijs zou hij de Israëlische regering een Dutch Approach aanbevelen. De geschiedenis is een grappenmaker.
Zelf rept Westerman van het Moluks Historisch Museum in Utrecht: ‘topstuk: de door zeven kogelgaten geschonden leren jas van Max Papilaya, waarin het handgeschreven briefje zat verborgen: Benin zal jullie allen ontvangen’. Dat briefje, in de trein gesmokkeld door een Molukse bemiddelaar, bevestigde volgens de kapers een gegeven woord door de regering, zo multi-interpretabel dat louter Van Agt het toen en nu weet uit te leggen.
Westerman kon het museum niet bezoeken. Was ook lastig geworden, want het is in 2012 gesloten.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen