zondag 21 mei 2017

Wittemannenbastions (1)



Vertraagd reageer ik op een recensie van Herman Kochs Boekenweekgeschenk door Gijsbert Pols op De Reactor. Wat me aan openbare formulering deed twijfelen was dat de materie in eerste instantie specifiek literair oogde. Ook ken ik de criticus een beetje en heb een blauwe maandag geprobeerd aan genoemde site mee te werken, dus ik stond niet echt te popelen iets publiekelijks te opiniëren. Maar Pols moedigde me aan, en gelukkig woont hij zo ver weg dat hij grotendeels afgekoeld zal zijn voor hij me verpulvert.
Pols formuleert in zijn lange recensie, waarvan de inzet mij voorbeeldig voorkomt, diverse bezwaren tegen Makkelijk leven. In dit Boekenweekgeschenk slaagt Tom Sanders, een extreem succesvolle Amsterdamse schrijver van zelfhulpboeken, er niet in op te treden tegen geweld van zijn zoon tegen zijn schoondochter, op wie hij ook nog verliefd wordt. Het decor is naar Pols’ overtuiging al te vaak uitgelicht en te bevoorrecht.
Ook mist het boek volgens hem een vrouwelijk perspectief: het slachtoffer krijgt geen stem. Dit is echter het gevolg van Kochs keuze voor een ik-vertelling. Indien Pols’ wens een eis zou worden, kan een fikse portie literaire geschiedenis in de prullenbak. De vertelwijze speelt ook met betrouwbaarheid, waarbij lezers de werkelijkheidsaanspraak kunnen napeilen, inclusief empathische bekwaamheid. (Recent voorbeeld: de roman Compassie van Stephan Enter.)
In dit geval verkoopt hoofdpersoon Tom als Nederlander miljoenen exemplaren in Amerika en is dus een karikatuur. Zijn stilistische beheersing oogt navenant: ‘Wie met alle winden meewaait maakt veel meer mee dan wie zich zijn leven lang uitsluitend aan zijn eigen wind vastklampt’.
Sterker, Makkelijk leven behandelt het fenomeen van de tunnelvisie, over hetgeen ons ontgaat. Pols vindt het nota bene te gek voor woorden dat het hoofdpersonage niet in de peiling heeft verliefd te zijn op de schoondochter.
In de wel erg vertrouwde wereld waardoor Tom zich beweegt, gelden argumenten uit een populistische variant van het nationalistisch discours. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af in hoeverre privélevens geschonden worden ‘door mensen die ongevraagd van buiten komen’, zodat ‘de oorspronkelijke bewoners massaal’ wegtrekken bij gebrek aan werk.
Deze Tom haalt wijsheden uit zijn verwendheid, waardoor zijn narcisme radicaliseert: ‘Veel mensen beseffen niet dat ze zichzelf doodongelukkig maken met hun reizen naar almaar exotischer bestemmingen’. Zoiets kan alleen worden beweerd bij gelijkgezindheid. Hij zegt dan ook: ‘Het behoeft hier geen betoog…’
Door zulke nadruk op een parallel onder-ons-universum met zogenaamd pragmatische wisecracks, laat Koch basaal en pesterig wrijving ontstaan met het voornemen iets te doen tegen huiselijk geweld: ‘Ook door na te laten doen we iets, ik kan dit niet vaak genoeg benadrukken’. Er wordt ‘met de beste wil van de wereld’ ontkend dat er een patroon zit in misstanden. Men moet van Tom positief blijven, of nooit ‘te negatief’.
Voortdurend ordent het personage fenomenen op binaire wijze: je hebt mensen die… en je hebt mensen die. Steevast verbindt hij daar twee waardeoordelen aan, die sterk uiteenlopen. Komt nogal bekend voor, misschien?



Andere bezwaren van Pols tegen Makkelijk leven liggen op institutioneel vlak. Met name dat de auteur beroemd is, en het Boekenweekgeschenk dus scoort voor open doel. Met de intentie de marktlogica van de mainstream open te breken noemt Pols dan eerst drie alternatieve namen die wel een zetje zouden kunnen gebruiken: Daniël Rovers, Peter Smink en ik.
Over geen van deze drie heeft hij bij mijn weten een tekst geschreven die aantoont dat het dienstdoende werk de moeite waard zou zijn. En de publicerende site heeft louter één keer Smink besproken. Een roman, bij een Amsterdamse concernuitgeverij.
Ik betrek de site bij mijn commentaar, omdat ze door haar missie en publicatie van de recensie pretendeert kritischer te zijn. Wat dat betreft voldoet De Reactor aan de verwachtingen. Koch als bestsellerauteur, bij wiens capaciteiten vraagtekens worden gezet.
Doordat het stuk eerst (verkort?) bij outsource-opdrachtgever Knack werd geplaatst, voldeed ook dat medium aan zijn core business: nuances aan te brengen in de pensée unique. Het ontsloeg zichzelf simultaan van het alternatief Koch te interviewen.
Vraag is wel of het boekje deze aandacht waard was. Met Kochs oeuvre ben ik grotendeels onbekend – ik heb louter goede herinneringen aan zijn debuut De voorbijganger en Maria Montanelli leek me destijds matig – maar Makkelijk leven kwam afgeraffeld op me over. Misschien was de confrontatie met de strikte omvangseisen aan het Boekenweekgeschenk te hard. Misschien ook had een reguliere uitgeverij de tekst niet geaccepteerd, wanneer deze van een onbekende was geweest.
Opmerkelijk is dan dat De Reactor tegelijk een minstens zo bevlogen recensie publiceerde op de immens belangrijke essaybundel Netwerk in eclips, die Knack dan weer niet overnam. Zo voegde Pols’ hartstochtelijke pleidooi met terugwerkende kracht zich volledig naar de cultuurindustriële rite, waarbij het cynisch zou zijn een goed woord voor de zogenaamde mainstream Koch veil te hebben.
Daar kan de bespreker niets aan verhelpen. Pols had wel de reikwijdte kunnen overzien van zijn aanbevelingen. Hem had het namelijk het best geleken om het Boekenweekgeschenk door een vrouw te laten schrijven. Ik kan dat billijken. Alleen hebben de namen die hij suggereert consequenties die als de spreekwoordelijke boemerang terugkeren in zijn betoog en de context ervan.
Hij beveelt aan: Sana Valiulina, Marja Brouwers en Astrid Roemer. Ook over hen is me geen tekst van Pols bekend. De Reactor heeft evenmin aandacht aan zelfs maar een van deze drie besteed.
Bij Brouwers zou dat ook lastig zijn, omdat de recensiesite begon in 2009, terwijl haar laatste roman Casino stamt uit 2004 (vier jaar later verzorgde ze het nawoord van Utopia). De schrijfster fungeert hier, vrees ik, domweg als mediaal herhaaldelijk bevestigd oerbeeld van literair-verantwoord maatschappelijk engagement.
Aan Valiulina valt dan weer op dat zij, in roman- en opinievorm, het milieu heeft bekritiseerd dat Koch gebruikte als decor voor zijn Boekenweekgeschenk.
Astrid Roemer ten slotte vergt extra toelichting. Sinds haar P.C. Hooftprijs wordt zij naar mijn indruk wel erg vaak in argumentaties meegesleept. Ook door hen op wie Pols zich aan het slot van zijn bespreking expliciet beroept: Merijn Oudenampsen en de Lezeres des Vaderlands.
Eerder heb ik bekend moeite te hebben met de vanzelfsprekendheid waarmee Roemer (zeker door witten) als zwarte schrijfster wordt geadoreerd, althans zonder dat ze een letter van haar aanhalen. Zo langzamerhand begin ik die houding denigrerend te vinden, exploiterend zelfs. Ook Pols volstaat met het laten vallen van haar naam.
Ik wil geenszins suggereren een Roemer-kenner te zijn, maar haar recente boek Liefde in tijden van gebrek heb ik toevallig gelezen – en die heeft het tunnelperspectief dat Pols bij Koch verwerpt.
Zekerheidshalve, mij lijkt het cruciaal dat in eerste instantie witten, als dragers van macht en privileges, hun beperkingen en beledigingen onderkennen. Maar een demonstratie van dat belang vind ik onhoudbaar als ze geen weerslag heeft in de buitenliteraire wereld. Al was het om geen extra plaksel te geven aan het weerzinwekkende etiket Gutmensch.
Na zijn recensie gaf Pols een lofwaardige opinie over het publieke debat, waarin hij wederom gesloten werelden trachtte open te breken vanuit het man-vrouw- en zwart-witperspectief. Hij deed dat mede vanuit de grillige ontvangst van Anousha Nzumes Hallo witte mensen. Maar ook toen liet hij dat boek zelf onbesproken. Wat wil zo’n betoog dan uitrichten?
En omdat die tekst eveneens op De Reactor verscheen: wat wil het medium er eigenlijk mee zeggen? De redactie is er nota bene integraal wit en daarbinnen domineren de heren. (Bij Knack worden boeken, buiten het outsource-deel aan De Reactor, voornamelijk besproken door witte mannen. Verhoudingsgewijs vertoont zowel de internet- als printredactie een iets hoger aandeel (witte) vrouwen, maar niet op bepalende plaatsen.)
Nu heeft zo’n omvormingsproces uiteraard tijd nodig. Toch is ook de laatst aangeworven redacteur bij De Reactor een witte man (net als bij Knack).
Pols is een witte man. En Oudenampsen. En ik. En misschien zelfs de mysterieuze Lezeres des Vaderlands uit wier Twitteroeuvre De Reactor terecht laat citeren dat het op een of andere manier altijd de ander is die moet worden ontmaskerd. Nu, persoonlijk zie ik er nooit naar uit om in de spiegel te kijken, maar een poging mag ondernomen worden.
Zonder tegenbericht kan ik tot die tijd niets anders waarnemen dan dat wittemannenbastions kritiek leveren op wittemannenbastions. Dat geeft hun teksten hooguit een parelgrijs tintje. Windowdressing. Ik zou menen dat het geloofwaardiger is om beweringen waar te maken.
Zelf acht ik me in elk geval niet competent genoeg om een witte prins of verlosser te zijn, laat staan om een Boekenweekgeschenk voort te brengen.


Wittemannenbastions
Wittemannenbastions

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen